Eveline

Daling uitvoer recyclebaar plastic naar China

In 2018 werd 2,7 procent van het recyclebaar plastic dat in Nederland uitgevoerd wordt bestemd voor China. In 2010 was dat nog bijna 50 procent. Dat meldt het CBS. In 2018 werd 361 duizend ton recyclebaar plastic geëxporteerd. Dat is zes procent minder dan in 2017. De export van dit soort afval daalt sinds 2015.

Het grootste deel van het plastic afval wordt overigens in eigen land hergebruikt. In 2016 werd circa 58 procent (683 duizend ton) van het recyclebare plastic afval aangeboden aan Nederlandse afvalverwerkers.

Meer afvalplastic naar Duitsland
Ruim driekwart van het plastic afval had in 2018 een Europese bestemming. Duitsland was de belangrijkste bestemming van het plastic afval en had de grootste toename vergeleken met 2010. Naar andere Aziatische landen als Indonesië en Vietnam werd in 2018 juist meer plastic afval geëxporteerd dan in 2010.

Importverbod China
China (inclusief Hongkong) is vorig jaar een campagne gestart tegen milieubelastend afval. Dit importverbod betreft 24 afvalsoorten waaronder autobanden, textiel, kunststof en glas. Ook de Chinese import van recyclebaar metaal en papier is tussen 2010 en 2018 met respectievelijk 73 procent en 58 procent verminderd.

(Bron: Verkeerskunde.nl)

'EC wil duurzaamheidseisen aan batterijen stellen'

Nog dit jaar wil de Europese Commissie een verordening instellen met duurzaamheidseisen voor batterijen die op de EU-markt worden gebracht. In het eerste kwartaal volgt hiervoor een openbare consultatie.

De achterliggende gedachte van een wetgevend instrument met duurzaamheidseisen voor batterijen is dat de Europese Commissie verwacht dat de markt voor elektrische auto’s en energieopslagsystemen de komende jaren enorm gaat groeien. Bij de groei van de productie, het gebruik en de verwijdering van batterijen worden prestaties op het gebied van duurzaamheid, milieu en energie steeds belangrijker.

Daar komt bij dat bij de productie van batterijen onder meer grondstoffen als kobalt en grafiet nodig zijn. Idealiter dienen deze op een duurzame en verantwoorde manier worden ingekocht, waaronder uit gerecyclede bronnen. Daarnaast vindt de EC het noodzakelijk om voorwaarden te overwegen voor het efficiënt hergebruik en recyclen van de batterijen, vanwege hun schaarse waardevolle stoffen.

Ecodesign

De Europese Commissie verwacht in het derde kwartaal van 2019 met een verordening met duurzaamheidseisen voor batterijen te komen. Deze valt onder de Ecodesign-richtlijn.

(Bron: Afvalonline)

Fabriek in Amsterdam gaat 17 kton plastic afval scheiden

Plastic Recycling Amsterdam, een joint venture van Umincorp en Milieuservice Nederland, gaat vanaf medio 2019 jaarlijks 17 kton huishoudelijk plastic afval scheiden.

De Magnetische Dichtheid Scheiding (MDS)-techniek zorgt voor de scheiding van de diverse soorten plastic.

Het samenwerkingsverband van TU Delft-spinoff Umincorp met Milieuservice Nederland in de vorm van de joint venture Plastic Recycling Amsterdam (PRA) bestaat pas twee maanden, maar nu al is de start gemaakt met de bouw van deze fabriek. “Onze plannen waren duidelijk”, legt Umincorp-salesdirecteur Gerbrand Marbus uit. “Ons doel is om de cirkel van de circulaire economie zo klein mogelijk te houden. Veel plastic afval gaat nu nog naar het buitenland. Met PRA willen we ervoor zorgen dat van plastic verpakkingsproducten weer nieuwe hoogwaardige plastic verpakkingen kunnen worden gemaakt.”

Het scheiden van dit huishoudelijk plasticafval gebeurt aan de hand van de zogeheten Magnetische Dichtheid Scheiding (MDS)-techniek, die zich volgens Marbus de afgelopen anderhalf jaar in Biddinghuizen heeft bewezen. “Met deze techniek scheiden we zo’n 1,5 ton per uur. Dat komt neer op 10.000 ton per jaar. In Amsterdam gaan we vanaf medio 2019 17.000 ton huishoudelijk plasticafval scheiden. Het verschil met Amsterdam is dat de binnenkomende stroom plastic schoon in Biddinghuizen is. In de nieuwe fabriek gaan we bron- en nagescheiden plastic afval verwerken, dus komt er ook een was- en maallijn.”

99 procent zuiver plastic

De MDS-techniek, ontwikkeld door TU Delft, werkt grofweg als volgt: de plastic stukjes komen in een magnetische vloeistof. Onder invloed van het magnetische veld groeperen de stukjes zich op basis van hun dichtheid en komen ze in verschillende compartimenten. “We richten ons hiermee voorlopig op de plasticsoorten polyetheen, polypropeen, pet en polystyreen. Uit het bad komen deze plasticsoorten voor 99 procent zuiver”, geeft Marbus aan. “Omdat we alle stappen – van het openen van de plastic afvalzak tot het ontwikkelen van een hoogwaardig eindproduct – in één fabriek uitvoeren, besparen we flink op transportkosten en CO2-uitstoot. Hierdoor maken we de plastic keten vier keer goedkoper, waardoor de businesscase rond plastic rendabel wordt.”

Hoewel de PRA-fabriek dicht bij het Amsterdamse afvalbedrijf AEB komt te liggen en Ingka Group – moederbedrijf van Ikea – deze maand nog in Umincorp investeerde, wil Marbus niets zeggen over samenwerkingsverbanden. “De investering van Ingka Group is op bedrijfsniveau.”

De voorkeur voor Amsterdam, of liever: Metropoolregio Amsterdam, komt door het grote aantal inwoners. “Deze fabriek kan 500.000 inwoners aan. Gezien de grootte van de stad kijken we naar de mogelijkheden om deze fabriek uit te breiden”, aldus Marbus. Hij verwacht niet dat het bij deze fabriek blijft. “Het zou mooi zijn als iedere stad zo’n fabriek krijgt. Zo houden we de cirkel zo klein mogelijk.”

Meer in Amsterdam

PRA is niet de eerste plasticrecyclingfabriek die in de Amsterdamse haven gaat verschijnen. Eerder dit jaar liet IGE Solutions Amsterdam, het voormalige Bin2Barrel, weten een fabriek in deze haven laten te bouwen om niet-herbruikbare plastics te verwerken tot brandstof voor de transportsector en nieuwe kunststoffen. Naar verwachting is deze plasticrecyclingfabriek in januari 2019 gereed.

(Bron: AfvalOnline)

Recycling van verpakkingsmateriaal blijft groeien

Recycling speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling naar een circulaire economie. In Nederland worden hoge recyclingpercentages gerealiseerd. Nederland behoort daarmee tot de Europese koplopers. De verpakkingsketens leveren een grote en actieve bijdrage aan het volledig circulair maken van de Nederlandse economie.

Het recyclepercentage van verpakkingsafval blijft maar stijgen. In 2017 werd 78% van alle op de markt gebrachte verpakkingen gerecycled versus 75% in 2016. Dat is te danken aan
het positieve inzamelgedrag van de burger en de verschillende partners in de keten: van gemeenten tot aan afvalbedrijven.
Met dit resultaat laten we de EU-doelstelling van 55% ver achter ons. We zien nog steeds mogelijkheden dit percentage verder te laten stijgen, maar ook wij zullen tegen de grenzen van deze groei aanlopen. Met de in 2017 gerealiseerde recyclepercentages tussen de 86% en 95% voor glas, papier/karton en metaal zijn deze grenzen voor die materialen wel zo’n beetje bereikt. En ook voor hout (71%) is niet heel veel groei meer te verwachten. De kansen voor verdere groei liggen met name bij kunststof verpakkingsafval.

Een paar van de leerpunten:

- De samenwerking, afstemming en communicatie tussen partijen in de kunststofketen kan en moet beter. Bijvoorbeeld: Veel gemeenten hebben te veel verschillende inzamelsystemen: diftar, omgekeerd inzamelen, ondergrondse én bovengrondse bakken, haal- en brengsystemen en bijvoorbeeld ook bron én nascheiding naast elkaar in één gemeente. De inrichting van het inzamelsysteem is de primaire verantwoordelijkheid van de gemeente, maar er liggen nog kansen voor optimalisatie bij betere afstemming onderling en het delen van lessen tussen gemeenten.

- De gehele keten moet zich richten op de kwaliteit van de inzameling en recycling van kunststof verpakkingen. Daar moet het verpakkende bedrijfsleven ook zijn bedrage aan leveren door goed
recyclebare verpakkingen op de markt te brengen. Daar liggen zeker nog kansen voor verbetering.

- Innovaties zijn noodzakelijk om de keten beter te laten werken. Daar moeten de betrokken partijen als sorteerders en recyclers ook de kans voor krijgen. Daarom wil het Afvalfonds Verpakkingen ook lange termijn afspraken met hen maken.

Arbeidsmarkt afvalsector: lastig maar geen paniek

De arbeidsmarkt barst uit zijn voegen. Veel bedrijven kunnen hun vacatures niet meer vervullen. Hoe zit het eigenlijk in de afvalsector? Lastig, zo blijkt. Vooral de vijver met chauffeurs is vrijwel leeg. En dus boren afvalbedrijven hun creativiteit aan om operationeel personeel aan zich te binden. Dat lukt aardig.

Het personeelstekort belemmert Suez niet in haar bedrijfsactiviteiten.

Het gaat goed met de economie. Mensen consumeren meer en dus neemt de hoeveelheid afval toe. Bovendien worden uit afval steeds meer grondstoffen gehaald en dat betekent extra verwerkingsstappen. Afvalbedrijven moeten dus meer afval inzamelen en verwerken en daarvoor is meer personeel nodig. Dat is niet alleen goed nieuws, want werknemers zijn een schaars goed. Ze hebben wat te kiezen en dat merken HR-managers bij de werving.

“We hebben nu 50 procent meer vacatures dan vijf jaar geleden”, zegt Joris Levering van FID Uitzendbureau. “Van de driehonderd vacatures in afval & recycling kunnen we er 150 niet invullen.” FID Uitzendbureau is een relatief klein uitzendbureau dat grote afvalbedrijven tot zijn klantenkring mag rekenen.

Suez en Renewi komen met minder dramatische cijfers. “Bij sommige functies is het moeilijk om personeel te krijgen”, vertelt Wendy Ladage van Suez. Suez Nederland telt tweeduizend medewerkers en tachtig vacatures. Volgens Martijn Vermeeren van Renewi zijn er ‘aardig wat vacatures’: negentig op een personeelsbestand van ongeveer vierduizend, voor de helft voor operationeel personeel. Beide bedrijven erkennen dat het verloop hoger is en dat het lastig is goede mensen aan te trekken. “Een aantal jaar geleden,” zegt Ladage, “kozen mensen voor zekerheid, nu grijpen ze eerder de kans om iets anders te doen. Je moet dezelfde functies steeds weer opnieuw zien in te vullen.” Tegenover het tekort in operationeel personeel staat dat de animo voor functies zoals management en marketing toeneemt. “De gedachte van afval naar grondstoffen trekt mensen aan”, aldus Ladage. “Ze vinden het een interessante business.”
Het verloop in het personeelsbestand van Renewi is het grootst bij chauffeurs.

Chauffeurstekort

Chauffeurs staan met stip op 1 als het om moeilijk vervulbare vacatures gaat. Dat geldt voor de hele transportsector. Uit de recente sectormonitor Transport en Logistiek blijkt dat er 9.500 vacatures voor chauffeurs zijn. Daarom heeft de sector onlangs een campagne gelanceerd om 1.500 chauffeurs te werven. Bij Suez zijn vijftig van de tachtig vacatures voor chauffeurs. Ook bij Renewi is het verloop onder chauffeurs het grootst: 25 doorlopende vacatures. FID Uitzendbureau krijgt van de openstaande chauffeursbanen 70 procent niet ingevuld. Levering: “Veel chauffeurs willen liever de Duitse autobaan op. De meeste zitten namelijk niet te wachten op ‘een rondje rond de kerk’ waarbij je meer stilstaat dan rijdt. Bovendien moeten ze vaak meehelpen met beladen, wat het fysiek zwaarder maakt.” Suez en Renewi hebben een genuanceerdere mening. “Wat ik merk bij chauffeurs, is dat de vrijheid en het klantcontact veel mannen over de streep trekt”, aldus Vermeeren. Ook Ladage ontkent dat het tekort te wijten is aan de aantrekkelijkheid van het beroep: “Het voordeel voor onze chauffeurs is dat ze ’s avonds thuis zijn, dat ze hun werk eenvoudiger kunnen combineren met een gezinsleven dan internationale vrachtwagenchauffeurs. Dat imagoprobleem is niet wat wij zien.”

Spic en Span

Het valt ook niet mee om aan operators te komen. “Suez zit in een transitie”, zegt Ladage. “We schuiven steeds meer op in de keten. We investeren veel in nieuwe verwerkingsinstallaties. Voor onze operators moeten we concurreren met andere technische bedrijven.” Volgens Levering hebben operators de banen voor het uitkiezen en werken ze liever in een schone omgeving. Zo gauw er technische aspecten aan het werk zitten, is het lastiger om goede mensen te vinden, merkt ook Vermeeren. Dat geldt vooral voor monteurs. “Monteurs die spic en span willen werken, kunnen er moeite mee hebben dat er nog afval in de vuilniswagen of sorteerinstallatie zit.”

Naar kraan- en shovelmachinisten is eveneens veel vraag. Waren die eerder nog wel beschikbaar, nu krijgt Levering zo’n 35 tot 40 procent niet ingevuld. “Ervaren machinisten willen het liefst in de grond-, weg- en waterbouw werken.” Dat is ook de ervaring van Vermeeren. Zeker nu de periode van ‘vorstverlet’ steeds korter wordt, is het lastig om aan machinisten te komen.

Voor sorteerders staat 40 procent van de vacatures bij FID open. “De instroom uit Oost-Europa droogt op, vooral uit Polen. Het land is economisch hard gegroeid en daarom komen Polen minder snel hier naartoe. Het werk is bovendien zwaarder geworden. Ze haken sneller af. Deden ze dit werk eerst vier tot zes maanden, nu willen ze na twee tot vier maanden wat anders.”

De schaarste aan beladers is het minst groot, merkt Levering. De voormalige vuilnisman heeft niet veel opleiding nodig, maar deze functie krijgt concurrentie van bijvoorbeeld orderpikkers. Het zijn vooral mensen uit de bijstand, Wajong en statushouders die hier aan de slag zijn.

Hogere werkdruk

Hoe erg zijn de gevolgen?“Soms kunnen afvalbedrijven zich niet inschrijven voor een aanbesteding wegens personeelstekort”, weet Levering. “Negatief is dat mensen structureel te lang worden ingezet. Waren uitzendkrachten eerst gemiddeld 30 uur aan het werk, nu is dat 42 uur. Soms worden mensen die fysiek dit werk niet aankunnen, toch ingezet.” Volgens Ladage komt het wel voor dat medewerkers meer overuren moeten draaien. “De werkdruk op bestaande medewerkers neemt toe. Daar moeten we goed op letten. We willen het zoveel mogelijk voorkomen, want een te hoge werkdruk werkt averechts, maar we kunnen het niet helemaal uitsluiten. “

Volgens de Sectormonitor merkt ruim een derde van de bedrijven dat het personeelstekort hen belemmert in hun bedrijfsactiviteiten. Daarvan is volgens Suez en Renewi geen sprake. Het is lastig om vacatures te vervullen, maar dat leidt niet tot grote problemen. De verwachting is ook niet dat dit gaat gebeuren. Vermeeren: “We slagen er wel in om de vaste kern te vullen. Voor de flexibele schil werven we samen met uitzendbureaus.”

Het is vooral de HR-afdeling die de gevolgen merkt. “We moeten nog creatiever zijn”, stelt Vermeeren. “Als je het alleen aan de arbeidsmarkt overlaat, dan lukt het niet. Je moet zelf initiatief nemen.” Dat beaamt Ladage: “We moeten de uitdagingen het hoofd bieden. Onze HR-mensen zijn meer tijd kwijt aan werving. Daar ligt onze prioriteit.”

Medewerker als uitgangspunt

Snelheid en laagdrempeligheid, daar draait het volgens Vermeeren om. “Mensen kunnen online op een banner klikken en hun gegevens achterlaten. We bellen binnen 48 uur, maken een afspraak op locatie en laten snel weten waar ze aan toe zijn. Als je een week wacht, ben je te laat.”

Suez kiest voor intensieve werving per doelgroep. “We zoeken waar die doelgroep zich bevindt, waarin ze interesse hebben en daar richten we onze werving op”, aldus Ladage. “Zo hebben we een campagne om potentiële chauffeurs te interesseren om bij ons een C-rijbewijs te halen. Een intensief traject waarmee we succes boeken.” Zelf opleiden werkt, merken ook Levering en Vermeeren. “Samen met uitzendbureaus zoeken we bijrijders die matchen met ons bedrijf en die we een opleidingstraject voor chauffeur bieden. Dat gaat verder dan een roze papiertje. Hij krijgt ook een mentorchauffeur toegewezen, die hem de kneepjes van het vak leert.” FID leidt zelf mensen op tot kraan- en shovelmachinist. In Emmen en Brabant hebben ze een eigen terrein waar elk jaar 75 tot honderd mensen worden getraind.

Het is wezenlijk om de behoeften van medewerkers als uitgangspunt te nemen. “De nieuwe generatie wil een balans tussen werk en privé”, weet Vermeeren. “Zo hebben we chauffeurs die in een pool zitten, waarbij ze vier dagen werken.” Levering: “De flexibele schil is een kweekvijver: van uitzendwerk via tijdelijk naar vast met een opleidingstraject. Je moet ze binden. Uitzendkrachten worden vaak voor 20 tot 30 uur ingezet terwijl ze 40 uur willen werken. Wij kijken naar bedrijven met dezelfde werkzaamheden om hen aan meer uren te helpen. We zijn ook voorstander van total workforce planning. Nu zoekt een bedrijf iemand voor de sorteerlijn en iemand anders voor de vuilniswagen. Waarom kan dat niet dezelfde persoon zijn?

Als antwoord op de vergrijzing doet Suez bijvoorbeeld mee aan de pilot Duurzame inzetbaarheid van het Sectorinstituut Transport en Logistiek. Ladage: “We stimuleren mensen om met hun leidinggevende te praten over hun gezondheid en loopbaan.” Vermeeren: “Als mensen tot hun 67e door moeten, is het een uitdaging om ze fit te houden tot de finish. Vroeger zaten chauffeurs hun hele loopbaan op een bepaalde wagen. Nu kijken we in welke fase ze zich bevinden, zodat ze minder belastend werk kunnen doen. En we bieden lifestyleprogramma’s zoals stoppen met roken, gezonde voeding en workshops veerkracht.”

(Bron: Afval!)

Europees Parlement stemt voor ban op eenmalig plastic

Voorwerpen bestemd voor eenmalig gebruik mogen in de EU vanaf 2021 niet meer gemaakt zijn van plastic. Dit betekent het einde van plastic wattenstaafjes, plastic bekertjes en roerstaafjes, wegwerpbestek en plastic rietjes. Het Europees Parlement sluit hiermee aan bij de groeiende rij landen die het gebruik van eenmalig plastic met wetgeving willen terugdringen.

Het gaat in totaal om 10 producten die in de ban gaan, waarvan bekend is dat ze een grote bijdrage – tot 70 procent – leveren aan de plastic soep in de oceaan en plasticvervuiling in het algemeen. Het Europees Parlement heeft de maatregelen met 571 stemmen voor en 53 tegen goedgekeurd.

Voor veel plastic producten zijn afbreekbare, milieuvriendelijke alternatieven, maar wanneer dat nog niet het geval is zal het zo min mogelijk van plastic gebruikt moeten worden. Op verpakkingen komen aanwijzingen hoe plastic afval verantwoord weg te gooien, onder meer bij producten als schoonmaakdoekjes en ballonnen. De producenten gaan meebetalen aan het opruimen van plastic en het streven is dat in 2025 ook nog 90 procent van alle kleine plastic flesjes gerecycled wordt.

Er volgt nu overleg met de lidstaten hoe de regels ingevoerd gaan worden, waarna nog goedkeuring moet volgen door de Europese Raad. Naar verluidt is het streven om dit voor mei volgend jaar rond te hebben.

De Europese plannen stammen uit 2016. In Nederland is onder meer een verbod op gratis plastic tasjes ingesteld, waarna de uitgifte daarvan sterk afnam. Er moet nu een klein bedrag voor betaald worden en de klant moet er om vragen.

(Bron: NRC)

Europees Parlement stemt over wegwerpplastic

D-day in de Europese strijd tegen plastic. Het Europees Parlement stemt woensdag 24 oktober over het wetsvoorstel van de Europese Commissie dat de hoeveelheid schadelijk plastic zwerfvuil in de zee drastisch moet doen dalen. Het wetsvoorstel heeft als doelstelling het gebruik van wegwerpplastic te verminderen. Bye bye plastic bestek, borden en rietjes?

Vandaag ligt er zo’n 150 miljoen ton plastic afval op de zeebodem. Daarvan is 49 procent afkomstig van wegwerpplastic. Daarom komt de Europese Commissie met een wetsvoorstel dat het gebruik van de 10 meest voorkomende plastic voorwerpen op de zeebodem drastisch moet verminderen. Ook voor het afval afkomstig van visnetten, dat goed is voor 27 procent van al het vuil op de zeebodem, worden enkele maatregelen voorgesteld. De Europese Commissie wil het wegwerpplastic verbieden waarvoor een realistisch ecologisch verantwoord alternatief bestaat. Het gaat dan over plastic wattenstaafjes, bestek, borden, rietjes, roerstaafjes en ballonstokjes. Voor drinkbekers en plastic bakjes voor hamburgers wil de Europese Commissie geen verbod. Maar de lidstaten moeten wel het nodige doen om het gebruik ervan drastisch te verminderen.

Verder wil de Commissie dat tegen 2025 90 procent van de drinkflessen ingezameld wordt. Lidstaten kunnen zelf beslissen hoe ze die doelstelling halen, bijvoorbeeld via de invoering van statiegeld. De dopjes van de flesjes moeten voortaan ook aan de flessen vasthangen zodat ze niet verloren gaan. De producenten van flessen, bekers, ballonnen en filtersigaretten zullen voortaan ook mee de kosten moeten dragen voor de opruiming en verwerking van hun producten. Bovendien wordt de industrie zo gestimuleerd om minder vervuilende alternatieven te ontwikkelen.
De producenten krijgen ook etiketteringsvoorschriften opgelegd. Op bepaalde producten zoals maandverbanden, vochtige doekjes en ballonnen moet een etiket verschijnen dat duidelijk maakt hoe men zich van het product moet ontdoen. Om het afval afkomstig van visnetten te reduceren worden de producenten verplicht mee te betalen voor de afhandeling van scheepsafval.

In de milieucommissie van het Europees Parlement stemde een grote meerderheid voor het voorstel, en er werden nog enkele bijkomende maatregelen goedgekeurd. Ze eisen een verbod op lichte plastic zakjes, op de doosjes gemaakt van piepschuim, die bijvoorbeeld gebruikt worden voor fastfood,  en op producten gemaakt van oxo-biologisch afbreekbaar plastic. Dit is plastic dat door aanraking met UV-licht, zuurstof of warmte sneller afbreekt. De chemische stoffen die dit proces mogelijk maken zijn namelijk erg schadelijk voor het milieu. Het verbod op plastic ballonstokjes zien ze dan weer niet zitten.
De milieucommissie wil ook dat lidstaten maatregelen nemen om  het gebruik van plastic sigarettenfilters te verminderen. Plastic sigarettenfilters staan in de top 10 plastic boosdoeners. Er bestaat hiervoor een milieuvriendelijker alternatief, namelijk papieren filters.  Lidstaten moeten het gebruik van plastic filters verminderen, met 50% tegen 2025 en 80% tegen 2030.
Scholen en ziekenhuizen die plastic borden en bestek in grote hoeveelheden aankopen, mogen hun voorraad 2 jaar langer gebruiken. Ook het voorstel dat bepaalt dat dopjes moeten vastzitten aan plastic flesjes wordt met 2 jaar uitgesteld, maar dan wel enkel voor dranken die koolzuur bevatten zoals bruiswater of cola.

Grote bedrijven zoals Coca-Cola en PepsiCo zijn geen fan van het voorstel dat zegt dat dopjes moeten vastzitten aan de flesjes. Ook Nicholas Courant, woordvoerder van voedingsfederatie Fevia, vindt dat “deze maatregel technologisch niet evident is voor producten die koolzuur bevatten.” “Bovendien heeft het een enorme economische impact. De hele inpaklijn moet hervormd worden”, zegt Nicholas Courant.
"Fevia kan zich terugvinden in de doelstellingen van de Europese Commissie en neemt zelf ook engagementen om duurzamer om te gaan met verpakkingen", zegt Courant. Maar ze zijn van mening dat sommige maatregelen onvoldoende onderzocht zijn en vinden ze “te snel en ondoordacht.” Ze stellen de haalbaarheid van enkele richtlijnen in vraag. “Een systeem met statiegeld is bijvoorbeeld geen geschikte oplossing voor Vlaanderen”, stelt Nicholas Courant van Fevia. “In Vlaanderen doet men veel aan grensshopping”, zegt Courant. Mensen steken vaak de grens over om hun inkopen te doen. “Als je bij ons in Vlaanderen een systeem invoert met statiegeld wil dat zeggen dat bepaalde producten duurder worden, wat op zijn beurt tot nog meer grensshopping leidt. En wat doe je dan met het afval van die producten die niet afkomstig zijn vanuit ons land”, vraagt Nicholas Courant zich af.

(Bron: VRT NWS)

Tweede Kamer wil aanpak vernietiging ongebruikte producten

De Tweede Kamer heeft ingestemd met een voorstel van GroenLinks om snel met een plan te komen om effectief de grootschalige vernietiging van nieuwe en ongebruikte te producten aan banden te leggen. In Nederland gaan jaarlijks 1,2 miljoen kledingstukken door de shredder en tussen de 700 en 900 miljoen ton voedsel wordt vernietigd. Naar aanleiding van schandalen in het buitenland is het goed mogelijk dat ook in Nederland voor miljoenen euro’s aan nieuwe maar onverkochte elektronica, wasmachines en boeken wordt vernietigd. Dit terwijl Nederland als ambitie heeft om in 2030 50% minder grondstoffen te gebruiken.

GroenLinks Kamerlid Suzanne Kröger: ‘Het is raar om te streven naar een duurzame economie en dan op grote schaal onverkochte kleding weg te gooien. Ik ben blij dat een meerderheid van de Tweede Kamer het met me eens is dat dit echt moet stoppen.’

In juni kwam aan het licht dat Amazon in Duitsland op grote schaal retour gezonden producten vernietigt. Dagelijks werden voor tienduizenden euro’s wasmachines, matrassen en andere producten kapotgemaakt en weggegooid. Teveel gedoe om het opnieuw in te pakken of een klein gebrek te repareren.

In Frankrijk is in 2016 een wet aangenomen die supermarkten verbiedt voedsel weg te gooien. Sindsdien heeft 94% van de Franse supermarkten een convenant met een voedselbank. Daarnaast zijn ze veel slimmer gaan inkopen. Frankrijk gaat de wet ook uitbreiden naar kleding. Kröger: ‘In Frankrijk werkt een verbod op het weggooien van nieuwe producten heel goed. In Nederland zetten we nu een eerste stap, GroenLinks wil graag het Franse voorbeeld volgen.’

Wereldwijde afvalberg dreigt ruim te verdubbelen

De afvalberg is wereldwijd sterk aan het groeien. Wanneer we niet ingrijpen zal de hoeveelheid afval die we produceren in 2050 met zo'n zeventig procent zijn toegenomen. Daarvoor waarschuwt de Wereldbank in haar nieuwe verslag 'What a waste'.Ieder jaar gooien we wereldwijd zo'n 2 miljard ton afval weg.

Wanneer we niet ingrijpen, zal dat in 2050 zijn opgelopen naar 3,4 miljard ton. Die voorspelling doet de Wereldbank, het grootste instituut voor ontwikkelingssamenwerking, in haar nieuwste rapport over de wereldwijde afvalberg. De oorzaak voor de toename is volgens de Wereldbank de snelle verstedelijking en de groeiende bevolking.

Momenteel zorgt de westerse wereld voor de grootste hoeveelheid afval. Met 16 procent van de wereldbevolking produceert het westen ruim een derde van al het afval. Maar de komende decennia zal vooral de afvalproductie in armere gebieden juist sterk toenemen, voorspelt de Wereldbank. In het zuiden van Azië zal de hoeveelheid afval verdubbel en in Afrika zal het in 2050 ongeveer drie keer zoveel zijn als nu.

In het rapport wordt benadrukt hoe belangrijk goed afvalbeheer is  voor het milieu, maar dat het met name in derdewereldlanden daar vaak aan ontbreekt. In de rijkere landen wordt namelijk ongeveer een derde van al het afval gerecycled. In ontwikkelingslanden is dat niet meer dan vier procent.

Volgens Laura Tuck, vice president duurzame ontwikkeling bij de Wereldbank, moeten armere regio's geholpen worden met het realiseren van duurzaam afvalbeheer. ,,De oplossingen bestaan al, wij kunnen mensen in armere landen helpen om het afvalbeheer te verduurzamen. Dat is beter voor het milieu, voor de economie en voor de gezondheid van de mensen daar."

(Bron: De Stentor)

Kabinet gaat 16 miljoen euro aan circulaire economie besteden

Prinsjesdag: het kabinet gaat in totaal 16 miljoen euro vrijgeven om in 2019 en 2020 de transitieagenda's uit te voeren. Daarnaast werkt het kabinet aan een minimumprijs voor CO2 en wil het een kilometerheffing voor vrachtverkeer invoeren.

Uit de Miljoenennota op Prinsjesdag blijkt dat dit bedrag van 16 miljoen euro onder meer wordt ingezet voor de coördinatie van het Circulaire-Economieprogramma, het uitoefenen van controle op de voortgang, de effecten en de uitvoering van onder meer de verantwoordelijkheid van de producenten en circulair ontwerpen in 2019 en 2020.
Het blijkt ook dat het kabinet het belangrijk vindt dat de benodigde omslag om onze broeikasgasuitstoot te verminderen voor ieder huishouden bereikbaar en betaalbaar is. Volgens het kabinet kan dit bijvoorbeeld door vervuilende activiteiten te belasten; zo zorgt de overheid ervoor dat vervuiling een prijs krijgt en dat bedrijven en consumenten onbedoelde negatieve klimaatgevolgen laten meewegen in hun beslissingen. Daarom werkt het kabinet aan een CO2-minimumprijs en wil het uiterlijk in 2020 een kilometerheffing voor vrachtverkeer invoeren. De inkomsten uit die heffing zullen in overleg worden teruggesluisd naar de vervoerssector door o.a. de motorrijtuigenbelasting op vrachtauto’s te verlagen. Bedrijven die niet innoveren en veel broeikasgassen blijven uitstoten, gaan meer betalen.

Ook worden duurzame investeringen en innovatie gestimuleerd, zoals via de verbreding van de SDE+-regeling. Tot 2030 wordt een budget van 3,2 miljard euro beschikbaar gesteld voor de uitrol van duurzame energie en technologie die de uitstoot van broeikasgassen vermindert. Daarnaast is er jaarlijks tot 2030 300 miljoen euro beschikbaar gesteld voor innovatie- en proefprojecten.

In 2030 is het doel van het kabinet dat de broeikasgasuitstoot 49 procent lager is dan in 1990. Dit zal gebeuren aan de hand van een nationaal Klimaatakkoord, dat invulling aan dit doel moet geven. Het streven is dat uiteindelijk in 2050 de uitstoot 95 procent lager is dan in 1990, zoals in de Klimaatwet staat.

Staatssecretaris Van Veldhoven wil in 2019 sowieso een "plastic overeenkomst" introduceren, waarin ze samen met het bedrijfsleven wegwerpplastic gaat beteugelen. Ook gaat ze met het verpakkende bedrijfsleven afspraken maken over het invoeren van verschillende tarieven voor goed herbruikbare verpakkingen.